icon-arrow-left Moeders

Wat en hoe vertel ik het mijn kind?

Moet ik mijn kind wat vertellen over zijn of haar afkomst?

Veel moeders die een kind kregen na gedwongen seksueel contact, hebben geen contact meer met de dader. Zij vragen zich af: Wat moet ik zeggen als mijn kind nu gaat vragen naar zijn vader? Misschien heb jij dezelfde vragen. Het onderwerp is moeilijk. Wat vertel je wel en wat niet. Je schaamt je om te moeten vertellen wat er is gebeurd. Misschien ben je ook bang dat je kind met andere ogen naar jou gaat kijken, en jou gaat afkeuren. Je weet ook niet wat het goede moment is om je kind te vertellen waar zij/hij vandaan komt. Hoe oud moet hij of zij daarvoor zijn? Omdat het onderwerp zo moeilijk is, willen veel moeders het kind verbieden deze vragen te stellen, of ze beloven steeds weer: ‘later’. Een andere manier is om het kind af te leiden. Dat helpt vaak maar heel kort, of niet. Het kind blijft vragen.

icon-quote

"Josh is de eerste zoon van Anna, hij is nu acht jaar. Anna werd zwanger na een avondje uit met een paar vriendinnen. Ze raakte verdoofd, iemand heeft iets in haar drankje gedaan. Ze weet niet precies wat er is gebeurd. Ze ontdekte pas na ruim vier maanden dat ze zwanger was. Toen Josh drie jaar was, ontmoette ze haar man en samen hebben ze nog twee kinderen. Josh wilde toen hij vijf jaar was altijd weten wie zijn vader is. Het vele vragen maakte Anna boos. Josh vraagt nu nooit meer wat. Maar hij vertelt haar ook niet meer wat hij voelt en denkt. Hij maakt ook vaak ruzie met zijn stiefvader. Anna twijfelt of ze er goed aan heeft gedaan om Josh te stoppen. Hij is haar zoon, ze houdt van hem en wil dat het goed gaat met hem."

Wat gebeurt er in het hart en het hoofd van mijn kind?

De meeste kinderen willen graag weten waar ze vandaan komen. Vooral als ze in contact komen met andere vaders stellen ze de vraag: “Wie en waar is mijn vader?” Door een onvriendelijke of boze reactie of de belofte dat je het later vertelt, wordt je kind nieuwsgierig en blijft het vragen stellen. “Wat is er dat mijn moeder zo reageert …?” Kinderen kunnen van alles gaan fantaseren als ze iets niet weten, ze gaan het verhaal zelf invullen. Vaak klopt dit niet met hoe het echt is. Ze gaan van de onbekende vader een perfecte vader maken, of er een groot verhaal omheen verzinnen. Als moeder meestal boos of verdrietig reageert op een vraag kan het kind ook gaan denken: “Mama houdt niet van me, ze wil me dingen niet vertellen, ze neemt me niet serieus.”

Oudere kinderen zijn erg bezig met de vragen: “Wie ben ik, wat past bij mij, op wie lijk ik?” Hierdoor gaan ze ook vragen: wie is mijn vader? Ook als ze eerder in hun leven geen antwoord hebben gekregen, of een antwoord dat ze niet vertrouwden, komt de vraag opnieuw terug.

Wat kan ik mijn kind vertellen en op welke leeftijd?

icon-quote

"Sofia werd zwanger nadat ze op haar vlucht verkracht werd. Haar zoon Peter is nu 14 jaar. Als heel jong kind vroeg hij vaak: “Waar is papa?” Sofia heeft hem steeds beloofd dit later te vertellen. Na een paar jaar vroeg hij niet meer. Kort geleden begon hij opnieuw te vragen. Sofia heeft het verhaal geoefend en plande een mooi moment. Maar er kwam altijd wat tussen…. Tot ze het er een keer tijdens een ruzie uitgooide: “Je vader heeft me verkracht, hij was te sterk voor me!” Peter schrok, en was stil. Dezelfde avond, toen ze rustig was heeft ze verteld: “Ik moest vluchten, samen met mijn broer. Hij werd tegengehouden, ik kon ontsnappen. Vrouwen alleen zijn onveilig, zeker in dat gebied. Zo werd ik slachtoffer van een man die mij veiligheid beloofde. Maar hij heeft me aangevallen, ik kon niets. Zo ben ik zwanger geraakt van jou. Ik heb je onder mijn hart gedragen, je hoort nu bij mij en mijn familie. Waar je vader is weet ik niet.”

Jonge kinderen van ongeveer 3 tot 12 jaar

De informatie die je geeft aan je kind moet passen bij de leeftijd. Het verhaal voor een jong kind moet je als het wat ouder is kunnen aanpassen. Bedenk je dat het voor een kind een moeilijke boodschap is als je zegt dat de vader een slechte, boze man is of een crimineel. Je kind moet verder met dit idee én met de twijfel: “Lijk ik misschien op hem?“

Aan een jong kind, tot ongeveer zes jaar kun je vertellen dat de ontmoeting met zijn of haar vader heel kort was en dat hij verder is gegaan met zijn leven, je weet niet waar. Aan een ouder kind kun je zeggen dat de vader een man is die meer van jou wilde dan jij van hem. Hij heeft jouw liefde gestolen. Hij is weggegaan, je weet niet waar. Spreek begrip uit voor je kind, dat je begrijpt dat het graag antwoorden wil horen. Aan een nog ouder kind kun je uitleggen dat er een onveilige situatie was en dat de vader jou pijn heeft gedaan. Dat was in dié situatie, misschien paste dat niet bij hem. Er is later geen contact meer met hem geweest.

Aquareltekening van bloem die in een spleet van een rots groeit Het sprookje van de steen en de bloem

Geluidsfragment

Oudere kinderen, vanaf ongeveer 12 jaar

Aan een nog ouder kind, in de puberteit, kun je meer vertellen over de situatie: de onveiligheid die er was, de situatie waarin je was. Misschien ook kort wat er is gebeurd, zonder details. Begin je verhaal met een ‘algemene schets’. Bijvoorbeeld dat de omgeving onveilig was, dat alle vrouwen risico liepen, en jij was door de situatie gedwongen om daar te zijn. Of dat het met veel vrouwen gebeurde dat ze drugs in hun drankje kregen zonder dat ze het zagen. Of dat er oorlog was, en dat dan veel vrouwen misbruikt worden. Hierna kun je iets over jouw situatie vertellen. Je oudere kind kan meestal wat meer begrijpen. Details over de gebeurtenis zelf hoef je niet te geven.

Hoe vertel ik het mijn kind?

Het is belangrijk dat je het verhaal dat je aan je kind gaat vertellen van tevoren oefent. Kies een moment dat je je sterk genoeg voelt om op de vragen van je kind in te gaan. Bedenk dat het voor een kind niet fijn is om te gaan zitten en een gesprek te voeren. Veel makkelijker is het om een gesprekje te beginnen waarbij je elkaar niet hoeft aan te kijken en samen met iets bezig bent. Bijvoorbeeld tijdens een wandeling, of als je kind bij je op schoot zit en je samen naar buiten kijkt. Wees eerlijk over jouw gevoel. Je mag best zeggen dat je het een moeilijk onderwerp vindt en dat je soms niet weet wat de goede woorden zijn. Wees eerlijk als je kind vragen stelt waar je op dat moment geen antwoord op wil of kan geven. Bijvoorbeeld: “Sorry, ik wil daar nu niets over zeggen, maar ik snap dat je dit vraagt.” Als je kind wegloopt of over iets anders begint te praten betekent dit meestal dat het spannend is. Niet dat hij of zij niet geïnteresseerd is. Als je dat merkt, stop dan even en kom er later op terug.

Met een ouder kind is een langer gesprek mogelijk. Ook dan geldt dat er samen voor gaan zitten ongemakkelijk kan voelen. Tijdens een wandeling of het samen koken is het soms makkelijker voor jullie allebei.

icon-quote

"Anna gaat een stukje lopen met Josh en zegt: “Hey Josh, ik wil je iets vertellen... Vroeger zei ik dat je moest stoppen met vragen over je papa en dan werd ik boos. Dat was niet jouw schuld... Ik werd boos omdat ik het een moeilijke vraag vond. Omdat er tussen je papa en mij niet genoeg liefde was, je papa wilde meer van mij dan ik van hem… Maar van jou hou ik heel veel!"

"Ik wilde eigenlijk niet met je vader zijn. Ik weet niet waar je vader nu is en kan dat ook niet te weten komen. Ik snap dat jij dat moeilijk vindt. Want jij wilt weten wie je bent, op wie je lijkt. Zullen we straks thuis een schriftje maken? Waarin we schrijven waar je allemaal goed in bent, en welke eigenschappen je van mij hebt en welke misschien van je papa? En welke goeie dingen je helemaal zelf hebt ontwikkeld?"

Een aantal tips

Bedenk dat je kind in het hier en nu leeft. Je kind wil zichzelf leren kennen en wil jou leren kennen! Je kind zoekt verbinding. Het antwoord op de vraag “wie ben ik en waar kom ik vandaan?” begint ook bij jouw geschiedenis. Als je een paar positieve jeugdverhalen kunt vinden, over gebeurtenissen en over mensen die voor jou belangrijk zijn (geweest) geeft dat je kind ook antwoorden en houvast. Noem ook wat uiterlijke kenmerken of karaktertrekken die je van jezelf of uit je familie in je kind herkent.

Belangrijk: Bedenk altijd dat je kind jou ziet als mama, en niet als vrouw. Mama is degene die voor je zorgt, je troost geeft, en samen met je speelt. De schaamte en afkeuring over hoe je kind op de wereld is gekomen zit in jouw hoofd, niet in dat van je kind.

Beter een paar keer een kort gesprekje dan één lang gesprek. In korte gesprekjes loopt de spanning niet zo hoog op, ook niet voor jezelf. Het geeft je ruimte om je verhaal laternog wat aan te vullen. Je kind kan dan ook vragen stellen die later opgekomen zijn.

Als jullie het gesprekje thuis voerden en niet samen met iets bezig waren, rond het dan af door samen iets te doen, zoals een spelletje.

Wat vertel ik aan anderen?

Anderen kunnen vragen stellen over de vader van je kind. Je hoeft niets te vertellen wat je niet wilt. Aan enkele mensen die je vertrouwt, wil je misschien meer vertellen. Of mensen te vertrouwen zijn leer je na verloop van tijd. Bespreek met mensen die je kent dingen van je zelf, of kleine alledaagse zorgen of problemen en kijk of je jezelf begrepen en gerespecteerd voelt. Tegen anderen kun je zeggen: “Ik heb geen contact meer met de vader van…… Dat is een lange geschiedenis, waar ik het liever niet meer over heb.”

Wat vertel ik aan zorgverleners?

Aan mensen die je helpen, zoals een dokter of therapeut, kan het goed zijn iets meer te vertellen, vooral als zij hulp geven bij het omgaan met je kind. Vertel het alleen als je de zorgverlener vertrouwt. Details geven hoeft niet, als je dat niet wilt. Zorgverleners mogen niets zeggen over dingen die jij ze in vertrouwen hebt verteld. Je kunt hier naar vragen. Als het om andere soort zorg gaat, bijvoorbeeld ziekte van je kind of klachten van jezelf die niets te maken hebben met hoe je kind is verwekt, dan is het niet nuttig om deze informatie te geven.

Formulieren van organisaties

Als je ergens de naam van de vader moet invullen kun je dat vak leeg laten. Je bent niet verplicht om er uitleg bij te geven.