icon-arrow-left Professionals

Wat zijn mogelijke interventies?

Bouwstenen van de behandeling

Onderzoek heeft de wereldwijde beschikbare expertise van professionals met het behandelen van moeders met een kind uit seksueel geweld in kaart gebracht (1, 2). Hieruit kwam naar voren dat er drie bouwstenen zijn die samen bijdragen aan het welzijn van moeder en kind. Deze bouwstenen zijn:

  1. hulpverlening rondom het verminderen van het trauma van de moeder;
  2. het verbeteren van de hechtingsrelatie tussen moeder en kind;
  3. het verbeteren van de positie van moeder en kind binnen de gemeenschap.

Professionals zijn van mening dat ze door het combineren van deze drie bouwstenen een effectieve behandeling kunnen bieden aan moeders met een kind, geboren uit seksueel geweld, en aan het kind zelf. Het richten op één bouwsteen, bijvoorbeeld traumabehandeling óf de ouder-kindrelatie wordt als niet effectief beschouwd. De drie bouwstenen bevatten elk interventies die mogelijk ingezet kunnen worden door professionals. Opvallend is dat elke bouwsteen het thema veiligheid bevat. Een continu aandachtspunt in de behandeling is veiligheid van moeder én kind, zowel binnen als buiten de behandelkamer.

Voor de bouwsteen hechtingsrelatie blijkt dat interventies bestaande uit zowel psychotherapie, psycho-educatie en vaardigheidstraining het meest effectief zijn om het welzijn van getraumatiseerde moeders en kinderen te bevorderen (3,4). Om die reden is het goed een combinatie van interventies aan te bieden. De interventies hebben als uitgangspunt dat een moeder in haar eigen behoeften voorzien moet zijn om in de behoeften van het kind te kunnen voorzien. Daarom richten psycho-educatie en vaardigheidstrainingen zich vooral op bouwsteen één en drie, bijvoorbeeld het bevorderen van sociale steun, het ontwikkelen van coping-vaardigheden en het inbouwen van ontspanning.

icon-quote

"Mijn zoontje Daniël vroeg zoveel aandacht. Hij huilde vaak en ik vond het moeilijk hem vast te houden en hem te troosten. Ik was vaak moe, en doordat hij zoveel huilde sliep ik nog slechter… Dat maakte me ook vaak boos op hem. In de moeder–babygroep hebben we heel vaak samen naar Daniël gekeken en leerde ik te letten op zijn handjes, zijn gezichtje, hoe hij reageerde op de omgeving, op de andere kinderen en op mij… Ik kreeg een ander gevoel voor hem, ik voel nu meer warmte voor hem. Nu realiseer ik me dat zijn bloed ook voor de helft mijn bloed is. Hij kan er niets aan doen wat er gebeurd is, hij is onschuldig. Ik zie nu beter dat hij mij nodig heeft en ik kan hem meer liefde geven."

Vertrouwensrelatie

Zoals te zien in de onderstaande afbeelding, speelt de vertrouwensrelatie tussen professional en moeder een grote rol. De werkzaamheid van interventies lijkt bepaald te worden door het vermogen van een professional een veilige therapeutische relatie met de moeder en het kind tot stand te brengen (1). In deze therapeutische relatie wordt betekenis mede gecreëerd "omdat je geleidelijk steeds dichterbij komt, totdat je bij iets terechtkomt dat zowel door de therapeut als door de cliënt wordt begrepen" (2). Dat wil zoveel zeggen als: neem de tijd om samen steeds weer te reflecteren op wat voor moeder belangrijke ervaringen zijn. Zo kom je tot een gedeeld begrijpen hiervan. In deze moeilijk te bereiken populatie met complexe behoeften draagt een veilige therapeutische relatie niet alleen bij aan de effectiviteit van interventies, maar is het ook de hoeksteen die interventies mogelijk maakt.

icon-quote

"Ik werk binnen de jeugdzorg, en ondersteun daarbij soms moeders met een kind, geboren uit seksueel geweld bij de opvoeding. Neem de tijd eerst een vertrouwensrelatie met een moeder op te bouwen voordat je naar seksueel geweld vraagt. Sluit ook vooral aan bij de behoefte van de moeder op dat moment. Bij deze vrouwen is het goed te laten weten dat je er bent en dat je naast hen staat. Zij moeten de ruimte en veiligheid voelen om over seksueel geweld te praten. Deze vrouwen lijken het vooral fijn te vinden te weten dat ze erover kunnen, maar niet moeten, praten."

Een therapeutische relatie kan vormgegeven worden door aandacht te besteden aan de volgende punten:

Vertrouwen en veiligheid
Essentieel in de relatie is vertrouwen en veiligheid. De moeder weet bijvoorbeeld dat je beschikbaar en betrouwbaar bent. Wees daarom bewust van je eigen aannames met betrekking tot seksueel geweld, moederschap en hulpverlening.

Begrijpen
Investeer voldoende in de moeder binnen haar specifieke context. De problematiek van deze moeders is gelaagd en alleen door een goed begrip daarvan kun je interventies aan laten sluiten bij deze moeder en dit kind.

Aansluiten in tempo
Neem voldoende tijd om naar moeder te luisteren en haar te helpen en geef daarin ruimte om te praten, maar ook (nog) te zwijgen. Niet alle vragen hoeven direct gesteld te worden, niet alle antwoorden hoeven direct gegeven te worden.

Behandelmethoden

1) Gericht op verminderen van traumagerelateerde klachten
De richtlijn voor PTSS adviseert cognitieve gedragstherapie (CGT) waaronder imaginaire exposure (IE) en eye movement desensitization and reprocessing (EMDR) (5). De voorkeursbehandeling bij vluchtelingen is narratieve exposure therapie (NET). Belangrijk is je te realiseren dat de moeder-kind relatie onderdeel van de traumabehandeling is. In deze relatie kan moeder bijvoorbeeld getriggerd worden. Daarom is het van belang interventies gericht op traumaverwerking te combineren met interventies gericht op de hechtingsrelatie.

 

2) Gericht op hechtingsrelatie tussen moeder en kind
Er zijn geen specifieke op de relatie gerichte behandelmethoden voor deze groep moeders met kinderen. Gezien de complexiteit van de problematiek zal het vaak niet volstaan enkel het standaard behandelprotocol uit te voeren. Vaker zal aanpassing van het protocol aan de specifieke context van deze moeder en dit kind nodig zijn.

Het NJI geeft een goed overzicht van beschikbare evidence-based en best-practice behandelingen.

Erkende interventies bij hechtingsproblemen | NJI 

Voorbeelden van interventies gericht op het optimaliseren van de ouder-kind relatie zijn: VIPP, NIKA, Video Home Training, Child-Parent Psychotherapy en Parent-Child Interaction Therapy.

Bij jonge moeders of moeders die hun kind grootbrengen buiten hun eigen gemeenschap is het vaak wenselijk interventies gericht op sensitief ouderschap te combineren met interventies gericht op ouderschapscompetenties.

Laagdrempelige interventies zijn van belang omdat de drempel naar zorg voor deze doelgroep hoog kan zijn Enerzijds kunnen moeder en kind in een vroeg stadium al worden ondersteund, anderzijds banen zij de weg naar vervolgaanbod voor diegenen die dat nodig hebben. Laagdrempelige interventies kunnen bijvoorbeeld zijn: een moeder-babygroep (dit wordt op veel plaatsen gegeven) en preventieve huisbezoeken door bijvoorbeeld Voorzorg van de GGD.

Voorzorg is een bewezen effectief programma dat op steeds meer plaatsen in Nederland gegeven wordt.

Kijk op de website voorzorg

 

3) Gericht op positie van moeder en kind in de gemeenschap
Binnen de hulpverlening zijn interventies gericht op het doorbreken van stigmatisering nog beperkt ontwikkeld. Dit betekent echter niet dat we in het werken met deze doelgroep met lege handen staan. Schenk in de behandeling aandacht aan het ontwikkelen van een sociaal steunsysteem rondom moeder en kind. Dit helpt hen in hun functioneren, maar ook in het doorbreken van stigmatisering. Praat met moeder over haar beleving van haar positie in de gemeenschap en hoe zij hier mee om wil gaan. Ervaring leert dat de wijze waarop moeders hier hun weg in vinden zeer individueel bepaald is. De behandelaar kan de verschillende keuzes met moeder uitwerken en ondersteunen. Tenslotte, wees je bewust van je eigen opvattingen over seksueel geweld en moederschap die mogelijk bijdragen aan stigmatisering. Gebruik daarbij intervisie om op je eigen proces te reflecteren. (kijk op de pagina Samen weten we meer!?)

Kijk voor meer informatie over de behandeling van traumatische patiënten naar de volgende Engelstalige video:

1800RESPECT. (z.j.). Working with people experiencing the effects of trauma.